Hoe word ik beoordeeld?

Het examen bestaat uit een theorie-examen waar de vragen over vijf onderwerpen worden verdeeld en een praktijkexamen. Het theorie-examen heeft in totaal 70 vragen en het praktijkexamen heeft 28 vragen. Voor landbouwvoertuigen en zware aanhangers worden er minder vragen gesteld. Het theorie-examen wordt in een computerlokaal afgenomen en het praktijkexamen in een praktijkhal.


U bent geslaagd als u op de examendag voor elk onderwerp in het theorie-examen ten minste 10 van de 14 vragen (70%) juist hebt beantwoord en als u van het praktijkexamen 20 van de 28 vragen (70%) juist heeft beantwoord.

Voor een uitgebreide uitleg over de opbouw en samenstelling van het examen gaat u naar: ‘Hoe ziet mijn examendag eruit’.