EVC procedure Motorfietstechniek

Maak talenten zichtbaar met EVC

EVC is ontwikkeld in opdracht van Stichting OOMT. Deze EVC procedure geldt voor:

  • Niveau 2: Motorfietstechnicus
  • Niveau 3: Eerste Motorfietstechnicus

 



Erkennen van Verworven Competenties (EVC)

In de mobiliteitsbranche volgen de technische ontwikkelingen elkaar op de voet. Dat houdt in dat ook het vakmanschap van werknemers door de jaren heen groeit. Werknemers ontwikkelen hun talenten en het niveau stijgt onbewust mee.

EVC staat voor het Erkennen van Verworven Competenties. EVC is een systeem waarmee de praktijkervaring, de kennis en kunde, die iemand heeft opgedaan buiten de gebruikelijke leerprocessen (op school), erkend wordt. EVC geeft in één keer een beeld van wat de werknemer kan en kent en meet het niveau van vakmanschap. Dat wordt vergeleken met bestaande opleidingen en kwalificaties. De resultaten worden afgezet tegen de werkprocessen en beroepscompetenties binnen de Motorfietstechniek, zoals deze in de competentiegerelateerde kwalificatiestructuur van het beroepsonderwijs (KSB) zijn beschreven. De KSB geeft aan wat de vereisten zijn voor het behalen van het diploma. EVC geeft in één keer een beeld van de kennis, talenten en vaardigheden die iemand in huis heeft en wat men nog verder zou kunnen ontwikkelen.

EVC is bedoeld voor alle werknemers in de mobiliteitsbranche, die op een hoger niveau functioneren dan hun laatst behaalde diploma. Het kan ook zijn dat deze ‘talenten’ nog niet eerder zijn erkend met een diploma of certificaat.

Een EVC onderzoek kan diverse doelen dienen:

  • Iemand wil inzicht krijgen in waar hij staat
  • Iemand wil inzicht in zijn ontwikkelpunten, om daarmee gericht te kunnen bijscholen
  • Iemand wil inzicht in zijn ontwikkelpunten, om daarmee certificering in te zetten
  • Iemand wil inzicht in zijn ontwikkelpunten, om daarmee de weg naar diplomering in te zetten.

Met een EVC onderzoek wordt het niveau van de deelnemer vastgesteld en EVC geeft inzicht in de aanwezige competenties en de ontwikkelpunten ten aanzien van dat niveau. De niveau’s zijn:

  • Niveau 2: (Motorfietstechnicus)
  • Niveau 3: (Eerste Motorfietstechnicus)

Deze EVC procedure is ontwikkeld in opdracht van stichting OOMT. In de uitvoering van de EVC procedure wordt het kwaliteitsprotocol van stichting OOMT nageleefd. Stichting OOMT evalueert de
EVC procedure en instrumenten jaarlijks en stelt deze indien nodig bij.

De niveaus worden binnen de KSB beschreven in termen van kerntaken, werkprocessen, vakkennis en vaardigheden.

 

Kerntaken

Een kerntaak is een substantieel deel van de beroepsuitoefening naar belang, omvang (tijdbeslag of frequentie) of beide. Een kerntaak bestaat uit een geheel van inhoudelijk met elkaar samenhangende werkprocessen, kenmerkend voor de beroepsuitoefening. Voor de Motorfietstechniek gelden de volgende kerntaken:

Kerntaak Niveau 2 Niveau 3
Maakt gemotoriseerde tweewielers afleveringsklaar X X
Voert onderhoud uit aan gemotoriseerde tweewielers X X
Voert reparaties uit aan gemotoriseerde tweewielers X X
Stelt diagnose aan motorfietsen X

 

Werkprocessen

Een werkproces is een afgebakend geheel van beroepshandelingen. Het werkproces kent een begin en een eind, heeft een resultaat en wordt als kenmerkend herkend in de beroepspraktijk. Een werkproces bestaat dus nooit uit één handeling of gedraging. Meerdere werkprocessen kunnen gelijktijdig lopen. Voor de Motorfietstechniek gelden de volgende werkprocessen:

Werkprocessen Niveau 2 Niveau 3
Bereidt afleveringsklaarmaken aan gemotoriseerde tweewieler voor X X
Inspecteert gemotoriseerde tweewieler X X
Maakt de gemotoriseerde tweewieler klaar voor aflevering X X
Rondt afleveringsklaarmaken aan gemotoriseerde tweewieler af X X
Bereidt onderhoud aan gemotoriseerde tweewieler voor X X
Voert onderhoudswerkzaamheden uit X X
Rondt onderhoud aan gemotoriseerde tweewieler af X X
Bereidt reparatie aan gemotoriseerde tweewieler voor X X
Voert reparatiewerkzaamheden uit X X
Rondt reparatie aan gemotoriseerde tweewieler af X X
Bereidt diagnosewerkzaamheden aan motorfiets voor X
Voert diagnosewerkzaamheden aan motorfiets uit X
Rondt diagnosewerkzaamheden aan motorfiets af X

 

Vaardigheden

Vaardigheden zijn ontwikkelbare vermogens van mensen waarmee ze in voorkomende situaties adequaat, gemotiveerd, proces- en resultaatgericht kunnen handelen. Competenties zijn samengesteld van karakter en relateren aan onderliggende vaardigheden, kennis en houding. Of iemand competent is, wordt zichtbaar in gedrag dat leidt tot succes bij uitoefenen van het beroep. Voor de Motorfietstechniek gelden de volgende vaardigheden:

Vaardigheden Niveau 2 Niveau 3
Kan meet- en testapparatuur voor gemotoriseerde tweewielers toepassen X
Kan materialen, onderdelen en componenten van gemotoriseerde tweewielers bewerken X X
Kan de werking van systemen en/ of accessoires tonen en demonsteren X X
Kan werken met (technische) informatie- en documentatiebronnen op het gebied van gemotoriseerde tweewielers X X
Kan relevante gereedschappen en hulpmiddelen gebruiken/ bedienen X X
Kan wettelijke regels en bedrijfsprocedures toepassen met betrekking tot veiligheid, gezondheid en milieu X X
Kan volgens de kwaliteitseisen en -normen van het bedrijf werken X X
Kan digitale systemen en toepassingen voor het opzoeken van technische informatie en werkinstructies gebruiken X X
Kan relevante meet-, controle- en testapparatuur gebruiken/ bedienen X X
Kan met voorkomende formulieren, werkbonnen en checklists werken X X
Kan klantgericht handelen X
Kan relevante Engelstalige teksten op zijn vakgebied lezen X
Kan relevante reinigings- en conserveringsmiddelen gebruiken/ bedienen X

 

De EVC procedure in stappen

De stappen uitgewerkt
Per stap van de EVC procedure wordt hieronder een omschrijving gegeven.
Bovendien wordt per stap het belang aangegeven, het gebruik van de instrumenten en formulieren en hoe zaken meewegen in het oordeel.

 

Stap 0: Informatievoorziening
Naast persoonlijke informatieverstrekking (o.a. via opleidingsadviseurs of EVC begeleiders) is er informatie over EVC beschikbaar op de website van IBKI.

Op basis van de beschikbare informatie kan de deelnemer zelf afwegen wel of niet deel te nemen aan een EVC traject.

 

Stap 1: De intake
Het EVC onderzoek start met een intake. Met de intake wordt EVC in gang gezet, het doel van EVC bepaalt en vormt het de start van het inventariseren en beoordelen van de kennis, ervaring en talenten. Bovendien wordt in deze stap gecontroleerd of de deelnemer op vrijwillige basis aan het EVC onderzoek deelneemt. In de intake hebben zowel deelnemer als werkgever nog gelegenheid om extra toelichting te krijgen, aanvullend op stap 0: Informatievoorziening. De EVC begeleider is op ieder gewenst moment in de procedure beschikbaar voor vragen of opmerkingen.

De EVC deelnemer meldt zich aan via het EVC aanmeldformulier (formulier b). Hij maakt daarin de keuze voor een EVC met een proeve van bekwaamheid of een EVC met een werkplekobservatie (zie stap 2 voor een nadere toelichting).

De deelnemer ontvangt in zijn online portfolio een detailscan (formulier c). De deelnemer vult deze schriftelijke vragenlijst in. Deze scan geeft een beeld van de mate waarin de deelnemer activiteiten uitvoert of heeft uitgevoerd. De detailscan gaat in op de uitvoering van de werkprocessen en competenties binnen de Motorfietstechniek en in welke mate de deelnemer deze beheerst. Daarnaast wordt gevraagd naar enkele werkprocessen en competenties met betrekking tot de persoonlijke ontwikkeling van de deelnemer op de terreinen loopbaan en burgerschap. Ook is in de vragenlijst een portfolio-element opgenomen, waarin gevraagd wordt naar relevante werkervaring, hobby’s en eerder behaalde certificaten of gevolgde opleidingen.

Ook de werkgever wordt gevraagd een scan in te vullen (formulier d). De werkgever (direct leidinggevende) vult deze vragenlijst in en beoordeelt daarmee zijn werknemer op de uitvoering van de werkprocessen en competenties en de mate van beheersing.

Beide vragenlijsten (formulier c en d) geven eerste informatie over het niveau van functioneren van de deelnemer. In beide lijsten wordt gevraagd naar de werkprocessen en competenties conform de beide kwalificatiestructuren. De assessor gebruikt deze vragenlijsten ter voorbereiding op stap 2: Meten. Hij kan aan de hand van de vragenlijsten bepalen welke opdrachten hij graag zou willen zien (indien te realiseren) en over welke onderwerpen hij meer informatie wil verkrijgen.

 

Stap 2: Meten (praktijkobservatie)
Voor het meten van eerder verworven competenties zijn assessoren opgeleid om op een betrouwbare manier informatie te kunnen verzamelen. Dit zijn assessoren die ook examens van het beroepsonderwijs afnemen. Zij weten dus aan welke vereisten iemand moet voldoen om het diploma te verkrijgen. Hun kennis en vaardigheden worden onderhouden en getoetst volgens de standaardprocedure ‘beoordeling commissieleden’ van IBKI.

Het meten kan bestaan uit een proeve van bekwaamheid of een observatie op de werkplek. Mogelijke factoren die bij de keuze voor het instrument een rol kunnen spelen zijn, mogelijkheden in het bedrijf, faalangst of dyslexie. De meetinstrumenten brengen belangrijke vaardigheden in kaart die de persoon zou moeten vertonen in de werkzaamheden binnen de Motorfietstechniek. De meting neemt één dag in beslag.

Proeve van bekwaamheid: Deze manier van meten vindt plaats in een gesimuleerde werkomgeving, waarmee een zo volledig mogelijk beeld wordt verkregen van de kennis en ervaring van de deelnemer. De opdrachten weerspiegelen de praktijk en worden aangevuld met inzichtvragen om vast te stellen in hoeverre de deelnemer een ervaren vakman is. De proeven gaan in op de kennis, vaardigheden en competenties van de deelnemer. Op deze dag krijgt de deelnemer drie werkorders van ieder 90 minuten met gevarieerde opdrachten.
Werkplekobservatie: Hierbij wordt de deelnemer geobserveerd op de eigen werkplek. De assessor observeert de deelnemer gedurende één volledige werkdag. De assessor stemt voorafgaand aan de observatie met het bedrijf af welke opdrachten hij wil zien (op basis van de detailscan en de scan voor de werkgever). De verscheidenheid aan werkzaamheden binnen het beroep die de deelnemer zal uitvoeren, levert een beter beeld op van de kennis, vaardigheden en competenties van de deelnemer.

De assessor houdt tijdens de praktijkobservatie een criteriumgericht interview om informatie over de deelnemer te verzamelen. De assessor observeert de deelnemer gedurende zijn werkzaamheden, stelt inzichtvragen en vraagt door op opgedane ervaringen. Gedurende één dag kan natuurlijk niet alles binnen de Motorfietstechniek worden geobserveerd en bevraagd. De praktijkobservatie heeft echter wel een voorspellende waarde voor de onderdelen die niet zijn gezien of gehoord.

In de EVC procedure worden loopbaan- en burgerschapscompetenties meegenomen in de beoordeling. Uitgebreide kennis, taal- en rekenvaardigheden worden in de EVC procedure niet beoordeeld en worden derhalve ook niet opgenomen in het Ervaringscertificaat.

De assessor noteert zijn bevindingen op het beoordelingsformulier voor alle kerntaken.
Hier wordt een oordeel gevraagd over de werkprocessen en competenties en er is ruimte om te noteren hoe de bevindingen waren over de uitvoering van de werkzaamheden.

 

Stap 3: Waarderen
De kennis, ervaring en talenten zijn bij de intake en het meten in kaart gebracht. Deze vormen gezamenlijk een beeld van de deelnemer. Op eenzelfde manier (via werkprocessen en competenties) wordt vanuit verschillende invalshoeken naar het gedrag, de vaardigheden en talenten van de EVC deelnemer gekeken. Dit wordt gewaardeerd en er wordt bepaald hoe ze zich verhouden ten opzichte van de vereisten voor het beroep (taken en beroepscompetenties).

Het oordeel van de assessor weegt het zwaarst (formulier e), omdat dit de onafhankelijke derde partij betreft. Daarnaast toetst de assessor het eigen beeld van de deelnemer (via formulier c) en het beeld van de werkgever (formulier d) op relevantie en kijkt of de werkprocessen en competenties voldoende bewezen zijn. Ook bekijkt de assessor welke trainingen en opleidingen reeds zijn behaald en waardeert dit binnen de Kwalificatiestructuur Beroepsonderwijs (KSB). De overige ervaring die de deelnemer heeft opgedaan wordt bovendien gewaardeerd (welke werkprocessen en competenties worden hiermee gedekt?).

Op basis van deze informatie wordt bekeken welke taken de deelnemer op niveau kan uitvoeren en welke competenties en talenten hij beheerst en bij welk niveau dit past (op basis van de aangetoonde werkprocessen en competenties). De niveaus zijn niveau 2 (Motorfietstechnicus) en niveau 3 (Eerste Motorfietstechnicus). Er wordt aan de hand van deze gegevens bepaald wat hij binnen het betreffende niveau heeft behaald en welke ontwikkelpunten er nog voor hem zijn.

 

Stap 4: Erkennen
De mate van vakmanschap wordt afgezet tegen werkprocessen en competenties van niveau 2 en 3. Dit wordt erkend in het ervaringscertificaat (formulier f). De EVC deelnemer weet waar hij binnen de kwalificatiestructuur (beroepsonderwijs) staat. Het ervaringscertificaat geeft aan wat al voldoende aanwezig is en waar de deelnemer zich nog in zou kunnen ontwikkelen. Afhankelijk van het doel van EVC (zoals bepaald in stap1: Intake) wordt geadviseerd hoe deze zaken ontwikkeld kunnen worden.

Het ervaringscertificaat wordt door de EVC begeleider voorafgaand aan de definitieve uitreiking aan de deelnemer aangeboden en besproken, zodat hij bekend is met de inhoud ervan. De deelnemer is eigenaar van de opbrengsten van het EVC onderzoek. De documenten en de uitkomsten komen in het bezit van de deelnemer. De deelnemer kan daarbij zelf beslissen of hij dit aan de werkgever of aan andere relevante partijen (opleiders e.d.) beschikbaar wil stellen. Een afschrift van het ervaringscertificaat wordt bewaard volgens de kwaliteitscode EVC en de standaardprocedure van IBKI.

 

Stap 5: Nazorg
Afhankelijk van het doel van EVC wordt nazorg aangeboden. Wil de deelnemer zijn diploma behalen of misschien alleen specifieke trainingen volgen? Of was misschien EVC alleen al voldoende? De deelnemer (en zijn werkgever) kunnen samen eventuele vervolgstappen, zoals oefensituaties of coaching op de werkplek, mogelijke trainingen of stappen richting diplomering doorspreken. De deelnemer heeft nu in beeld waar hij staat qua niveau, kennis en ervaring en wat de ontwikkelpunten zijn. Maar hoe moet hij nu verder om zijn talenten daadwerkelijk te ”verzilveren”?

De deelnemer en werkgever kunnen contact opnemen met een opleidingsadviseur en in een eenmalig gesprek ondersteund worden. Het ontwikkelvoorstel doet suggesties voor ontwikkeling en opleiding, maar schrijft deze niet voor. Werkgever en werknemer moeten hier samen uit komen.

In deze laatste stap ontvangt de deelnemer een evaluatieformulier, waarin gevraagd wordt naar de bevindingen van de deelnemer bij het doorlopen van het EVC onderzoek. Stichting OOMT verzamelt jaarlijks op- en aanmerkingen over de procedure en instrumenten en stelt de procedure indien nodig bij.

Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van personen in de EVC-procedure

Taak Verantwoordelijkheid Bevoegdheid
Deelnemer
  • Tijdig invullen en retourneren van de vragenlijsten
  • Deelnemen aan de praktijkobservatie
  • Waarheidsgetrouw deelnemen aan het EVC onderzoek
  • Besluit tot deelname
  • Ervaringscertificaat vrijgeven voor de werkgever en derden
Werkgever/ Direct leidinggevende
  • Begeleiden van de deelnemer bij het doorlopen van de EVC procedure
  • Tijdig invullen en retourneren van de vragenlijst
  • Zorgdragen voor een gevarieerd werkaanbod bij de werkplekobservatie
  • Vrijmaken van de deelnemer voor deelname aan het EVC onderzoek
  • Organiseren dat bij de werkplekobservatie diverse werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd
  • Toestemming verlenen voor een werkplekobservatie in het bedrijf
Assessor
  • Volgen van een assessorentraining
  • Beoordelen van de deelnemer op zijn praktijkervaring, aan de hand van een beoordelingsformulier
  • Onderhouden van zijn competenties als assessor
  • Informatie verstrekken bij onduidelijkheden tijdens het EVC onderzoek
  • Objectief beoordelen
  • Oordeel geven over het functioneren en niveau van de deelnemer
  • Uitbrengen van een advies ten aanzien van het vakmanschap van de deelnemer
Begeleider EVC
  • Beschikbaar zijn voor vragen (maar niet fysiek aanwezig)
  • Verwerken van de aanmelding, de gegevens uit de detailscan en de scan voor de werkgever
  • De redactie ten aanzien van EVC rapportages
  • Afstemmen van het ervaringscertificaat met de deelnemer en de behoefte peilen voor nazorg
  • Informeren van deelnemer en werkgever over de voortgang en stappen in de procedure
  • Begeleiden van de deelnemer gedurende het EVC onderzoek
  • Verzorgen van nazorg
  • Tekent het EVC-aanmeldformulier namens IBKI voor acceptatie van het EVC-traject van de deelnemer
  • Toetsen van het oordeel van de assessor aan de hand van de resultaten van de vragenlijsten

 

Duur van de procedure

Het volledig doorlopen van de procedure is een investering van ongeveer anderhalve dag:

  • Het invullen van de vragenlijsten gedurende de intake duurt circa 2 uur
  • De praktijkobservatie duurt één dag
  • Het doornemen van het ervaringscertificaat en nazorg duurt circa 1,5 uur

De EVC procedure start vanaf het moment dat alle documenten bij IBKI binnen zijn en duurt vanaf dat moment maximaal 6 maanden.

 

Bezwaarprocedure

Indien een deelnemer bezwaar heeft tegen de uitkomst van het EVC onderzoek, kan dit naar klachten@ibki.nl gestuurd worden en wordt het bezwaar in behandeling genomen volgens de standaard klachtenprocedure van IBKI (procedure P9000-09).

 

Bronnen

Kwalificatiedossiers SBB vanaf cohort 2015
Adviesrapport EVC Mobiliteitsbranche. Bijlage 2: Inventarisatie EVC en Benchmark EVC-ervaringen andere branches.
De Fles is Half Vol. Een brede visie op de benutting van EVC. Ministerie van Economische Zaken. Den Haag, oktober 2000.