Aangescherpte regeling meerijden met WRM-examen fase 1B (praktijkrit)

3 september 2019

Op basis van WRM-bericht 152a uit 2010 was het meerijden van een opleider met een WRM-praktijkrit categorie A, B, C, D of E van een eigen kandidaat, toegestaan.

Gelet op de praktische uitvoerbaarheid van de diverse rijproeven, heeft IBKI besloten het meerijden van opleiders uitsluitend toe te staan bij het examen Fase 1b voor de categorie B en op verzoek van de kandidaat.

Uitwerking

Om een soepel verloop van het examen te realiseren hanteren we hierbij de volgende spelregels:

  1. Op de examendag dient de kandidaat die wenst dat de opleider/begeleider meerijdt  tijdens de praktijkrit, dit tijdens het melden kenbaar te maken aan de examensecretaris.
  2. De opleider/begeleider meldt zich op de meldtijd van de kandidaat persoonlijk bij de secretaris in het commissielokaal en overlegt;
    – zijn/haar geldige WRM-bevoegdheidspas van de betreffende categorie zijn/haar geldige rijbewijs.
    De secretaris gaat na of dit volgens het van toepassing zijnde examenrooster mogelijk is en informeert de opleider/begeleider hierover alsmede over eventuele wijzigingen daarin;
  3. Tijdens de examenrit neemt de opleider zodanig achter in het examenvoertuig plaats dat de kandidaat en de beoordelaar voldoende zicht hebben;
  4. De opleider spreekt tijdens de praktijkrit niet inhoudelijk over het examen en de beoordeling met kandidaat en/of beoordelaar en gaat ook niet in discussie met de beoordelaar.
  5. Om de kandidaat niet te storen zijn GSM-telefoons tijdens het praktijkexamen uitgeschakeld;
  6. In het geval dat een gecommitteerde, een kwaliteitsbegeleider, een nieuw in te werken beoordelaar of een medewerker van het IBKI de praktijkrit bijwoont, kan de opleider/begeleider niet meerijden.
  7. De opleider/begeleider die de praktijkrit heeft bijgewoond kan op verzoek van de kandidaat ook aanwezig zijn bij het verstrekken van de uitslag aan de kandidaat. Het moment van uitslag geven kan niet worden beïnvloed door het eventueel niet tijdig aanwezig (kunnen) zijn van een opleider/begeleider;
  8. Er kan slechts één opleider/begeleider tegelijk in het commissielokaal aanwezig zijn bij het bekendmaken van het resultaat van de kandidaat;
  9. De opleider/begeleider hoort de uitslag en informatie aan en onthoudt zich van opmerkingen en/of discussie met de examensecretaris, de beoordelaar en/of kandidaat in het commissielokaal;
  10. Ten behoeve van een snelle en soepele evaluatie zal de opleider/begeleider die bij een praktijkrit meerijdt, een enquêteformulier ontvangen dat direct na het examen ingevuld weer wordt teruggegeven aan de secretaris.

Opleiders/begeleiders die zich niet aan deze spelregels houden zullen worden uitgesloten van de mogelijkheid om de rijproeven en de daaruit voortvloeiende uitslag bij te wonen.

Bovenstaande regeling gaat in met ingang van 01 september 2019 en vervangt de regeling zoals omschreven in nieuwsbrief 152A.