Nieuwsbrief nieuwe WRM 6: Informatie speciaal voor Opleiders

18 december 2019

Bent u opleider voor rijinstructeurs?

Er zijn een aantal onderwerpen die vanaf 1 april 2020 in de WRM gaan wijzigen die voor opleiders van belang zijn. Dat zijn:

  • de vooropleidingseis
  • VOG-verplichting
  • stage
  • bijscholing (regulier voor 5 jaar): theorie
  • bijscholing (in 6 maanden verlenging).

 

De vooropleidingseis

De vooropleidingseis ‘MAVO, LBO dan wel VBO of IBO’ is vervangen door ‘VMBO theoretische of gemengde leerweg, of gelijkwaardig niveau’.

Deze eis geldt voor uw eerste inschrijving in de systemen van IBKI vanaf 1 april 2020. De aanduiding ‘of gelijkwaardig niveau’ betekent dat de mogelijkheid van diplomawaardering blijft bestaan. Ook de Geschiktheidstest blijft bestaan.

 

VOG-verplichting

De gewijzigde wet bevat een verplichte VOG. Voor WRM-kandidaten én hun opleiders is vooral van belang dat IBKI alleen een originele VOG mag accepteren die niet ouder is dan 6 maanden.

Een WRM-kandidaat moet pas een VOG bij IBKI inleveren als hij een stagepas (dus alleen bij categorie A, B, C, D en T) nodig heeft, niet eerder. Tot nu toe ontvangt hij die stagepas automatisch, enkele dagen na zijn laatste voldoende resultaat voor fase 1 en 2. Vanaf 1 april 2020 kan dat niet meer. IBKI moet eerst ook een geldige originele VOG ontvangen vóórdat de stagepas verzonden kan worden. Dan gaat ook pas de stageperiode van 12 (cat. B en T) of 10 maanden (cat. A, C en D) in. Op de stagepas komt de datum van aanleveren van de VOG te staan óf de datum van het laatste examenresultaat van fase 1 of 2 (als de VOG daarvoor al is ingeleverd).

De kandidaat moet dus zijn VOG op tijd aanvragen. Maar te vroeg of te laat aanvragen kan een probleem opleveren. Er zijn dan drie situaties mogelijk:

  1. De kandidaat vraagt pas een VOG aan nadat hij zijn laatste voldoende resultaat van fase 1 en 2 binnen heeft. Er kan dan vertraging bij de stage en stagebeoordeling ontstaan. De aanvraag van een VOG duurt namelijk altijd een paar weken. En pas als er een geldige VOG bij IBKI ligt, krijgt de kandidaat zijn stagepas en begint daarna de stageperiode.
  2. De kandidaat vraag zijn VOG vér voor het verwachte moment van zijn stagepas aan. Maar hij doet langer over fase 1 en 2 dan hij dacht. Dan bestaat de kans dat de 6 maanden geldigheid van zijn VOG al weer verlopen is. Hij moet dan opnieuw een VOG aanvragen.
  3. De kandidaat vraagt zijn VOG zo laat aan dat een examenresultaat fase van 1 of 2 te oud is op het moment dat hij de VOG aanlevert. Dat mag niet. Voor de aanvraag van een stagepas mag de VOG niet ouder zijn dan 6 maanden én de 4 examenresultaten van fase 1 en 2 mogen niet ouder zijn dan 12 maanden. De kandidaat moet dan elk verlopen examen overdoen. Kandidaten kunnen de geldigheid van hun examenresultaten zien in hun Mijn IBKI-account, waarin al hun kwalificaties staan. Bij elke kwalificatie staat een datum ‘behaald’ en een datum ‘verlopen’.

Het is natuurlijk belangrijk dat de kandidaat zelf nagaat of het krijgen van een VOG een probleem kan worden vóórdat hij aan de opleiding begint.

Over alle regels rond de verplichte VOG is een aparte nieuwsbrief 3 gemaakt.

 

Stage

De stage categorie B heeft 5 ‘passieve’ uren meerijden met de stagebegeleider die les geeft aan de leerling. Vanaf 1 april 2020 mag de kandidaat 4 van de 5 passieve uren ook meerijden (en laten registreren bij IBKI via het portfolio) vóórdat hij een stagepas B heeft.

Vanaf 1 april 2020 moet elke kandidaat categorie B in de ‘actieve stage’-periode, dus met stagepas, één keer meerijden bij een CBR-praktijkexamen of CBR-tussentijdse toets van een leerling van zijn stagementor. Dit moet afgetekend worden door de CBR-examinator. Dit geldt voor alle stages die afgerond worden of beginnen vanaf 1 april 2020. Kandidaten die stage hebben gelopen vóór 1 april 2020 en daarvan alle uren hebben ingevuld op hun portfolio, hoeven nog niet mee te rijden bij het CBR. Dit hoeft dus ook niet als dat portfolio bij IBKI binnenkomt op bijvoorbeeld 6 april 2020. Als er lessen worden afgekeurd in dat volledige portfolio geldt de nieuwe regel wel.

Vanaf 1 april 2020 moeten alle rijinstructeurs die stagementor willen zijn de bijscholingscursus ‘Stagementor’ hebben gevolgd. Bovendien moeten stagementoren vanaf 1 april 2020 5 jaar (in plaats van nu 3 jaar) WRM-bevoegd zijn. Elke instructeur die vanaf 1 april 2020 5 jaar bevoegd is krijgt automatisch in zijn ‘Mijn IBKI’ de kwalificatie ‘stagementor’ erbij, als hij ook de cursus ‘Stagementor’ gevolgd heeft. Voor stagementoren WRM T gaan deze twee eisen 1 juli 2022 in. De eis van 5 jaar bevoegd geldt voor elke categorie waar iemand stagementor voor wil zijn. De rijinstructeur krijgt de kwalificatie ‘stagementor’ namelijk per WRM-categorie.

Iedereen die vóór 1 april 2020 al 3 jaar bevoegd was, heeft automatisch de kwalificatie ‘stagementor’ gekregen. Die kwalificatie blijft staan. Alle stagementoren die dat al waren voor 1 april 2020 blijven dus stagementor. De eis van het volgen van de cursus ‘Stagementor’ geldt niet voor hen.

 

Bijscholing (regulier voor 5 jaar): theorie

Alle rijinstructeurs waarvan het certificaat verloopt op of na 1 april 2020, moeten in de vijf jaar geldigheid van hun certificaat een theoretische bijscholing over ‘wet- en regelgeving’ volgen. Op dit moment is de enige bijscholingscursus in deze categorie cursus 28 Het RVV. Het is zinvol op dit punt voor rijinstructeurs keuzemogelijkheden te creëren. Opleiders kunnen hier vanzelfsprekend een rol in spelen door bij IBKI onderwerpsuggesties aan te dragen.

 

Bijscholing (in 6 maanden verlenging)

In de 6 maanden verlenging die volgt op een derde onvoldoende voor de praktijkbegeleiding, moet een rijinstructeur:

  • 6 dagdelen theoretische en praktische bijlessen volgen (het ‘educatieve traject’)
  • één praktijkbegeleiding doen.

De bijscholing is een totaalpakket aan bijlessen bij een opleider, dat door IBKI gecertificeerd moet worden, zoals dat ook gebeurt bij reguliere theoretische bijscholingscursussen. De in een lesplan uitgewerkte inhoud is maatwerk: de bijscholing moet aansluiten op onvoldoende onderdelen van de praktijkbegeleidingen van de individuele cursist. Het is toegestaan dat een opleider een lesplan met bijlessenpakket voor meerdere cursisten tegelijk opstelt, maar ook dan moet de opzet maatwerk zijn. De bijscholing bestaat dus niet uit de theoretische bijscholingscursussen zoals die nu gegeven worden. Onderdelen daaruit kunnen natuurlijk wel in het lesplan zitten, bijvoorbeeld onderdelen uit de bijscholing ‘Coaching en feedback geven’.

Vaste onderdelen van de bijscholing zijn:

  • een intakegesprek
  • ten minste twee door de cursist gegeven praktische rijlessen met een echte leerling
  • een eindgesprek.

Er moet een verslag gemaakt worden van het intakegesprek en het eindgesprek, ondertekend door de cursist en de opleider. In dat verslag zit de inbreng van de cursist en die van de opleider. De opleider stuurt het verslag naar IBKI na afloop van de 6 dagdelen bijscholing. Als dat verslag bij IBKI geregistreerd is, kan de cursist de verplichte praktijkbegeleiding aanvragen.

N.B. Het IBKI heeft in de gewijzigde Regeling rijonderricht motorrijtuigen (RRM) de mogelijkheid gekregen extra eisen te stellen aan zowel de reguliere bijscholing als de bijscholing in de 6 maanden verlenging. IBKI zal deze mogelijkheid benutten door steekproefsgewijs kwaliteitscontroles op de uitvoering te doen. Dat gebeurde nu ook al, zonder dat negatieve beoordelingen gevolgen hadden voor de aanbieder. Op grond van de RRM kan IBKI bij (herhaalde) negatieve beoordeling op dit punt de certificering schorsen of intrekken. De insteek hierbij is een impuls te geven aan de algehele kwaliteit van de gegeven cursussen.

Over alle wijzigingen in de reguliere verplichte bijscholing voor 5 jaar (theorie en praktijk) en over de bijscholing in de 6 maanden verlenging zijn aparte nieuwsbrieven (nummer 2 en 4) gemaakt.